Wanneer wit zwart is …

De regen die valt is pimpelpaars
En drupt langzaam in mijn laars

Aan mijn voeten zit een teddybeer
Samen met mij in dit hondenweer

Ik til de beer op en loop langzaam door de straten
Met mijn paraplu vol gaten

In de verte hoor ik een motor gaan
En een kerkklok elf keer slaan

Ik moet thuis zijn voor twaalf uur
Maar onderweg bots ik tegen een muur

Het doet verschrikkelijk veel pijn
En even wil ik niet meer op deze wereld zijn

Dan komt er een jongen naar me toe
Maar ik merk het nauwelijks, ik ben zo moe

Hij pakt mijn hand en zegt
Kom, ik help je wel recht

Hand in hand lopen we door de stad
Mijn teddybeer valt in het nat

Ik mis de beer niet
En er is niemand die hem ziet

We zijn bij mijn huis gekomen
Het ligt verborgen tussen de bomen

We kloppen aan
Maar blijven een hele tijd staan

Niemand doet open
En de ramen zijn gesloten

Ik hoor mijn gsm afgaan
Het geluid galmt over de bomenlaan

Ik neem op en hoor de stem van mijn oma
Ze zegt: je ouders liggen beiden door een ongeval in coma

Ik loop om het huis en pak mijn fiets
Ik ga terug en zoek de jongen, maar zie niets

Ik vertrek en fiets naar mijn familie
Maar dan zie ik de jongen, hij valt en heeft pijn aan zijn knie

Ik help hem op mijn bagagedrager
En zet mijn versnelling een beetje lager

De regen valt steeds feller
En ik fiets een beetje sneller

Ik merk het hondje niet op
En voor ik het weet bots ik tegen zijn kop

Alle drie vallen we op de grond
Ik denk in mezelf: arme hond

Achter me kreunt de jongen
Maar bij het hondje ontsnapt de lucht uit zijn longen

In de verte hoor ik het baasje gillen
Allemaal onsamenhangende zinnen

Ik wil wegzinken uit deze ellende
Alles is één grote bende

Dan komt er een auto aan, hij ziet ons niet
En heel plots komt er een einde aan al dit verdriet

2015-02-13T15:14:13+00:00

One Comment

  1. francky 13 februari 2015 at 11:33 - Reply

    Hopelijk was dit alles slechts een boze droom.
    Heel mooi geschreven.

Leave A Comment