Je thuis is … .

Letterlijk zoals de titel zegt.
Je thuis is … voor iedereen wel anders.
Voor mezelf is mijn thuis waar mijn vrouw en kinderen zijn.
Samen met mijn hond, het vrouwtje haar poes (die op 4 poten), de kinderen hun kippen en konijnen.
Zelf gooi ik er ook nog onze tuin bij. Vooral het plekje waar het vrouwtje en ikzelf ‘s ochtends van de eerste warme zonnestralen op onze nog slaperige, naakte huid genieten, samen met een heerlijke koffie, nog voor de kinderen wakker worden. Op dat plekje worden dan vaak ook de meest gekke, spontane ideeën geuit voor de dag die komt.

We denken dan vaak niet enkel over de dag die gaat komen. Meermaals mijmeren we ook over de jaren die nog moeten komen. Ideeën die we nog hebben voor huis en tuin, de kinderen, … Maar ook maken we plannen voor het moment dat de kinderen het huis uit zijn. Dat moment dat we terug ‘onder ons tweetjes’ zijn. Het mag gezegd zijn. Ook al worden we beiden 100 jaar in verkeren we nog in een behoorlijke gezondheid, dan nog komen we 100 jaar tekort. Uiteraard weten we ook dat we dromen over dingen die nooit waarheid zullen worden. Toch maken we ook een prioriteitenlijstje van dingen die we zeker willen doen.

Maar, ook tijdens die mijmeringen op de meest romantische momenten slaat de harde werkelijkheid toe en staan we meteen weer met beide voeten op de grond.
Wellicht is het een vorm van beroepsmisvorming.

Tijdens onze dagelijkse professionele bezigheden komen we veel in contact met ouderen.
Mensen zoals jij en ik die net zoals (hopelijk) jij en ik ook al die toekomstplannen hebben ‘gehad’ en in een mooi levensritme zaten.
Voor de meest eenvoudige en genietbare ziel op het platteland is dit wellicht tot het einde der dagen kunnen bezig zijn in de moestuin en/of de serre. Links en rechts in huis wat knutselen en op een mooie zomeravond met de buren wat staan klagen en zagen over vanalles en nog wat dat veel te duur wordt maar nooit zonder roltabak komen te zitten.

Maar, dan komt ‘dat’ moment. De kinderen zijn het huis uit, je geniet even van de herwonnen vrijheid, maar dan.

De jaren slaan je genadeloos rond de oren. Wat vroeger vanzelfsprekend was wordt nu een opgave. Onkruid wieden. Gras maaien. Dieren voederen. Met de auto rijden. Met de fiets rijden.
Dokters schrijven je medicijnen voor. Het volume van medicijnen dat je tot jezelf moet nemen staat gelijk aan een volwaardig ontbijt.

Al je toekomstplannen die je had worden herleidt tot doktersbezoeken, wandelstokken en kortstondig geroddel met de apotheker om de hoek.

In het ergste geval kom plots alleen te staan. Je zielsverwant, je soulmate, je steun en toeverlaat beslist om als eerste, letterlijk, de pijp aan Maarten te geven.

Jarenlang heb je gewerkt om van dat huis je eigen thuis te maken, samen met al diegene die je liefhebt. En dan komt het moment dat je moet vaststellen dat die thuis eigenlijk een last wordt. Je kan niet meer instaan voor het onderhoud. Niet binnen en niet buiten. Je wil wel. Je vecht er enkele jaren tegen en probeert toch nog dat lek te herstellen. Een nieuw laagje verf of behang te zetten. Je wil wel die haag scheren maar moet noodgedwongen hulp inschakelen. Je wil die tomaten in de serre weer zien glanzen maar de wandeling van je zetel naar de serre kost moeite. Veel moeite.

En dan kom je op het (breek)punt waar ik tegenwoordig veel mensen zie verschijnen.
Blijven we “thuis”? Of zoeken we een nieuw “huis”?
Professioneel hanteren we een leuze waar wij rotsvast van overtuigd zijn: “Laat thuis wonen geen zorg zijn”.
We beseffen echter ook dat het al dan niet slagen van deze leuze in een heel belangrijke mate afhankelijk is van het sociale netwerk waarin iemand verkeerd. En dat begint bij de kinderen. Onze sociale en andere voorzieningen mogen dan nog als voorbeeld op wereldvlak dienen, er zijn gaten. Diepe gaten. En die moeten opgevuld worden door de mensen in de eigen omgeving. Kinderen, familie, buren, … . En daar loopt het steeds vaker mis.

Sociaal isolement, vereenzaming, … .Ik kan er inmiddels boeken over schrijven.
Voor je het goed en wel beseft kom je op het moment waarop je beseft: het gaat niet meer.
Wat jarenlang je “thuis” was wordt plots een last. De tweestrijd tussen hart en verstand.
En uiteindelijk rest er niets anders dan je “thuis” te verkopen en uitkijken naar een nieuw “huis. Een appartementje waar je kan wonen en geen zorgen hebt. Waar je geen tuin moet onderhouden maar in het beste geval een balkon met enkele planten in pot hebt. Waar je te voet naar de winkel kan maar de buren neerbuigend naar “het nieuwe boerke in de blok” kijken.
Als je een heel veel geluk hebt kan je trouwe viervoeter mee verhuizen. In de meeste gevallen zal je zelfs van je hond of poes afscheid moeten nemen wegens niet gewenst in het appartement.

Uiteindelijk. De knoop is doorgehakt. Thuis verkocht, nieuw huis gehuurd.
De laatste jaren glijden voorbij. Kinderen, kleinkinderen en nieuwe buren komen op bezoek. De tijd wordt gebruikt om fotoboeken van onder het stof te halen.
“Kijk eens hoe goed we het hadden!”. Foto’s van de “thuis”, de tuin, … worden getoond onderspekt met de nodige anekdotes.

En zo krijgen deze mensen een continu gevoel van uit huis gezet te zijn en ergens “op ‘t vreemd” te gaan logeren. Een thuis hebben ze echter enkel nog in hun herinneringen.

Ik denk er vaak over na.
We zijn een stel jonge veertigers met 3 jonge kinderen.
Momenteel is het huis te klein. Echt te klein hé. Ik ben bezig met verbouwingen in ons huis om alle kinderen hun eigen kamer te bezorgen. Maar daar hangt weer een hele andere voorgeschiedenis aan vast. Ik besef nu echter ook dat onze ‘thuis’ die nu eigenlijk te klein is later te groot zal zijn. Het eerste obstakel zal de trap zijn. Het tweede obstakel die tuin van 18 are.
Maar God beware mij. Vandaag zeg ik: die 10 meter ‘koer’ blijft van ons. De dag dat ik de rest niet meer kan onderhouden verhuur ik het als paarden/geiten/koeien/konijnenwei. Maar dan nog: afscheid nemen van onze sier-/moestuin, onze kippenweide, mijn ‘knutselstalletje’, ons ‘boske’, … . Ik weet het niet. Nu zeg ik halsstarrend neen. Als de tijd er is ben ik misschien de eerste om een notaris te zoeken. Mijmeringen, vraagtekens?!

In ieder geval, ik ga nu, bij het laatste daglicht, nog eens door de tuin struinen. Vergezeld van mijn eeuwige vrienden. Connemera en Balmoral 🙂

2017-09-30T16:58:55+02:00

7 Comments

  1. francky 26 August 2014 at 18:50 - Reply

    in een paar jaar kan er veel veranderen en oud worden is meestal geen pretje.
    Ik denk dat ik er geen probleem van zal maken om later dit huis te verkopen en kleiner te gaan wonen moest ik alleen vallen.

  2. Menck 26 August 2014 at 20:15 - Reply

    Als het ooit zover komt dat ik noodgedwongen kleiner moet gaan wonen, dan zal ik dat zonder morren noch omkijken doen. Van een huis – eender hetwelk – je thuis maken, ligt tenslotte in je eigen handen. Zulks kan wat mij betreft overal.

    • bentenge 17 September 2014 at 07:59 - Reply

      Dat denk ik ook altijd, maar heel zeker ben ik niet.

  3. madame boerenerf 28 August 2014 at 11:59 - Reply

    Mooi stukje. Waar ik het moeilijk mee heb dat ‘oude mensen’ eens ze in een rusthuis terechtkomen vaak als kinderen behandelt/benadert worden. Verschrikkelijk zou ik dat vinden. Idealiter zou ik hier willen blijven wonen en dan samen met enkele vrienden en dan hulp in huis inhuren en elkaar zoveel mogelijk helpen.

  4. Billy 28 August 2014 at 19:33 - Reply

    het is een probleem dat wij een hele tijd terug aan de lijve mochten ondervinden. Onze beide moeders waren niet meer in staat om zelfstandig te blijven wonen. Een RVT opzoeken bleek dan de beste oplossing.
    Als wijzelf ons huis en/of tuin niet meer kunnen onderhouden zou ik er geen probleem mee hebben om ergens een flatje of zo te huren.

  5. de biodiverse tuinier 30 August 2014 at 21:54 - Reply

    Heel mooi stukje – en heel herkenbaar: de nood om nog 100 jaar te leven wegens een overmaat aan plannen, en de angst om ooit je tuin en huis te moeten opgeven.

  6. bentenge 17 September 2014 at 08:01 - Reply

    Heel interessant logje. Uit dommigheid, lees “ecologisch” standpunt, kozen wij voor houten ramen. Sjonge. Dat was even niet opgelet. En de tuin is ook een beetje groot… nu al 🙂

Leave A Comment