Het toverstokje

Toen Hansje Pansje Pingeling
vanmorgen vroeg naar buiten ging,
toen vond hij bij het kippenhok
een toverstok.

Hij ging naar huis toe, heel bedaard.
Daar zat zijn vader bij de haard
en Hansje zei: Hokus, Pokus, Pas,
ik wou dat jij een vogel was.

Zijn moeder keek hem angstig aan
en riep: Wat heb je nou gedaan?
Maar Hans zei: Hokus, Pocus, Pas,
ik wou dat jij ook een vogel was.

Toen waren bei zijn ouders mezen!
Wie heeft er ooit zo iets gelezen!
Ze zaten in een boom te fluiten
en Hans ging dadelijk naar buiten

en hij veranderde 2 heren
in hele grote bruine beren
en hij veranderde 2 vrouwen
in hele mooie witte pauwen.

Hans ging naar school en kwam daar binnen
en ging er dadelijk beginnen:
de juffrouw werd meteen een paard.
De meester werd een mokkataart.

Maar alle kinderen die er zaten,
die heeft hij rustig zo gelaten.
Jeroen en Kees en Hein en Piet,
nee, die veranderde hij niet.

Alleen de grote mensen maar,
de hele stad door, hier en daar.
Zo liep ons Hansje op een drafje
en zwaaide met zijn toverstafje.

Meneer Van Dijk, de burgemeester,
veranderde hij in een heester
en juffrouw Bos, een lieve dames,
die werd een pot met 2 cyclamen.

En alle kinders gingen mee:
ze vonden het een leuk idee!
En telkens als er iemand werd
veranderd in een koe of hert,

dan riepen ze heel hard: Hoera!
Het was een heerlijk spel, maar ja,
er was na 14 uur getover
geen volwassenen meer over.

De kinders konden alles doen.
Ze speelden rover in het plantsoen,
de hele dag en hele nachten
en niemand die er op hun wachten.

Maar gek, dat altijd rover spelen,
dat ging verschrikkelijk vervelen
en zij werden vuil, vies en groen
en niemand gaf hun ooit een zoen.

En ze verlangden zo naar huis…
maar ja, hun vader was een muis,
hun moeder was een ander beest…
Wat waren ze toch dom geweest.

Ze gingen zitten, in een kring,
en Hansje Pansje Pingeling
zei: Hokus, Pokus, Wielewaal!
En alles was weer normaal!
Hun vaders en hun moeders waren
geen mezen meer of ooievaren
maar heel gewone grote mensen.
Wat kun je je nog beter wensen?

Alleen de meester is verdwenen
vanaf zijn haren tot zijn tenen.
Hij was een taartje moet je weten,
en iemand heeft hem opgegeten.

 

Annie M.G. Schmidt

Previous Post Next Post

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply