Frans Van Kuyck

by | 20-02-2021

Frans Van Kuyck. De naam zegt je wellicht niets. Het was dan ook een man geboren in het jaar 1852 en gestorven in het jaar 1915. Net geen volle eeuw geleden toen deze man andere en hogere oorden opzocht.
Wanneer ik “moederdag” vernoem gaat er wellicht nog geen belletje rinkelen.
Moederdag wordt traditiegetrouw in België en Nederland gevierd op de tweede zondag van mei (wereldwijd situeert moederdag zich in maart, april of mei). Op één uitzondering na. Antwerpen. Hier wordt moederdag gevierd op 15 augustus. En dat hebben de Sinjoren (en pagadders) te danken aan deze Frans Van Kuyck.

Frans Van Kuyck was schilder maar voornamelijk schepen van cultuur in Antwerpen. Hij ijverde heel sterk voor het behoud van het Antwerps cultureel erfgoed en is voornamelijk bekend geworden voor het invoeren van de traditie van moederdag op 15 augustus. Waarom hij absoluut wou afwijken van een wereldwijde traditie en hij hierin gevolg kreeg is me tot op heden onbekend.

Maar bovenstaande is eigenlijk geheel terzijde.
Frans Van Kuyck heeft tijdens zijn loopbaan in het Antwerps stadsbestuur nog een ander belangrijk wapenfeit op zijn palmares staan. In 1911 nam hij names de stad Antwerpen het initiatief om het “landgoed Schoonselhof” aan te kopen. Het landgoed zou een nieuwe bestemming krijgen als begraafplaats.

Vooraleer het Schoonselhof als begraafplaats werd aangekocht en ingericht kende het domein reeds een lange geschiedenis. Reeds in de 15de eeuw zou er nabij de Schansvelden een hoeve bestaan hebben die de naam “Sconsele” droeg. Scon zou staan voor “schoon of mooi”, en zele zou staan voor huis of moerassige, vochtige grond. Jan van Wilrike zou de eerste bewoner geweest zijn in 1319. Naast de grote boerderij kon men er in de 16de eeuw een indrukwekkend kasteel terugvinden. Dit kasteel was een buitenverblijf van rijke kooplieden die zich in Antwerpen vestigden. Het eigenlijke kasteel van het Schoonselhof was een “huis van plaisantie”. Een lusthof. Niet in de moderne betekenis van “lust”, zijnde een huis van vertier met rondborstige dames. Wel een lust voor de zintuigen. Geuren, kleuren, … . Kortom, een tuin met een weelderige pracht van bloemen, planten, bomen, … perkjes en prieeltjes. En ja, gij se geilaard, van het en komt het ander.

Sinds 1540 kent het domein aan twintigtal verschillende eigenaars. In 1871 wordt Julius Moretus de laatste kasteelheer van “Schoonsel”. Hij sterft ongehuwd in 1911 en de stad Antwerpen koopt het landgoed van 84 hectare voor 806.799,10 frank en 58.000 frank beschrijvingskosten en bestemt het tot begraafplaats.

In een ver verleden was de gewoonte om mensen in en rondom de kerk te begraven. Des te belangrijker iemand was, des te dichter bij de kerk (of des te dichter bij het altaar) werd iemand begraven. Was iemand minder van aanzien, dan werd deze in een (steeds uitbreidende) straal rondom de kerk begraven. Vandaar de eenvoudige kruizen en grafstenen die je vaak nog ziet rond kerken met een enigszins toeristische waarde. Elders zijn deze reeds lang ‘opgeruimd’.

Echter, plots vond een bepaalde kerel, zijnde Keizer Jozef II het nodig om op 26 juni 1784 een decreet (edict) uit te vaardigen. Niet langer mochten mensen nog in en rondom een kerk begraven worden. Begraafplaatsen moesten vanaf dit moment buiten de stadskern ingericht worden.